 |
Gereformeerd Gezind Onafhankelijk ontmoetingsplein ter bevordering van de interkerkelijke contacten binnen de Gereformeerde Gezindte.
|
| Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp |
| Auteur |
Bericht |
maudelie
Geregistreerd op: 20-10-2007 Berichten: 5 Woonplaats: rotterdam
|
Geplaatst: Za Okt 20, 2007 5:25 pm Onderwerp: |
|
|
dan kje wel dies,ik bedoelde het niet boos, maar frustreerd me soms als mensen zo mega positief daarover praten terwijl ik zo ontzettends gekwetst ben daarin in,mn beste vriend mede ook. allicht ken je hem, nico sjoer. gelukkig ben je er doorheen gekomen, God zij dank en je klinkt heel zacht over geloof, respect hoor, echt, je hebt een zacht goed hart. het doet me goed om dat te zien in je mail dan ontdooi ik ook wat meer
ik heb nu gesprek, ja woon op therapeutisch centrum. maar ik hoor wel wat van je. bedankt in ieder geval.. God zegene je, Hij houdt jou ook vast, omstadnigheden halen God nooit van je weg, nooit vergeten..
gr j _________________ de Vader zelf heeft mij lief |
|
| Naar boven |
|
 |
maudelie
Geregistreerd op: 20-10-2007 Berichten: 5 Woonplaats: rotterdam
|
Geplaatst: Wo Okt 24, 2007 10:45 pm Onderwerp: |
|
|
[quote="anoniem"][quote="daantje"]waarom vinden jullie dat Siebelink een verkeerd beeld geeft van een pauweaans gezin? Er zullen best p.gezinnen zijn waar wel harmonie is en waar men op een normalere manier gelooft. Maar S heeft het op de door hem beschreven wijze beleefd. Ik denk niet dat S. het boek bedoeld heeft om een groep te kwetsen.
Daantje[/quote]
Nu, Daantje, behalve de verwijzing die Dodo bedoelt (zie eerdere posting AvL), heb ik nog enkele argumenten:
1. Jans vader kerkte volgens Siebelink jr in Barneveld, Ede en Genemuiden (staat in diverse interviews van Siebelink jr). Laten dat nu net plaatsen zijn waar ds. Paauwe nooit heeft gepreekt!?
2. Volgens het boek (+toelichting Siebelink) waren er paauweaanse oefenaars, zelfs diversen. Deze mensen hebben historisch nooit bestaan want ds. Paauwe had geen vrienden onder oefenaars.
3. Van eén van de oefenaars weten we nu wie het was, namelijk Huib Steffen = Huib Melissen uit Barneveld, dat was Siebelinks eigen oom en geen paauweaan. Deze oom kerkte bij ds. R. Kok in Veenendaal (Chr. Geref.) (Echter, ook deze oom zou geheel verkeerd zijn beschreven volgens een bericht in de Waarheidsvriend.)
4. De uitspraken van mensen in de boeken staan haaks op de prediking van ds. Paauwe. Bijvoorbeeld wordt het aanbod van genade in het boek hard aangevallen door de z.g. paauweanen. Nu, het aanbod van genade is door ds. Paauwe altijd verdedigd en vinden we bij hem zo ongeveer in iedere preek terug.
5. Achterin het boek wordt ook verwezen naar een boek over ds. Van der Poel en in het boek worden twee titels genoemd van boekjes van Siebelinks vader die beide geschreven zijn door ds. Van der Poel (Oud-Geref. Gem.)
Wat wij Siebelink kwalijk kunnen nemen is dat hij door zijn systematische verwijzing in interviews naar paauweanen een mythe geschapen heeft rond deze groep, terwijl daar in werkelijkheid noch zijn boek, noch de werkelijkheid rond zijn vader reden voor geeft.[/quote]
mm beetje late reactie maar ik ben beetje aant lezen hier, maar ik denk dat jij een heel verkeerd beeld heb van deze groep. ik ben er zelf in groot gebracht en kan alles plaatsen uit het boek. of je ziet alles van de buitenkant, of je zit er zelf middenin zodat je het beschermd... ??
ik kan je zeggen, het klopt. en dat kan je niet zeggen als je er middenin zit want je bent compleet overtuigt wat je daar wordt geleerd. hersenspoelen noem je dat.. _________________ de Vader zelf heeft mij lief |
|
| Naar boven |
|
 |
Origenes

Geregistreerd op: 22-7-2005 Berichten: 9232
|
Geplaatst: Wo Okt 24, 2007 11:00 pm Onderwerp: |
|
|
| Quote: | mm beetje late reactie maar ik ben beetje aant lezen hier, maar ik denk dat jij een heel verkeerd beeld heb van deze groep. ik ben er zelf in groot gebracht en kan alles plaatsen uit het boek. of je ziet alles van de buitenkant, of je zit er zelf middenin zodat je het beschermd... ??
ik kan je zeggen, het klopt. en dat kan je niet zeggen als je er middenin zit want je bent compleet overtuigt wat je daar wordt geleerd. hersenspoelen noem je dat.. |
Maudelie,
Uit je antwoord hier kan ik niet concluderen of je deze woorden aan mij richt.
Zo ja, dan wil ik graag bevestigen dat ik deze kwestie vanaf de buitenkant bezie. Ik ken pas vanaf ongeveer mijn begin-twintiger jaren Paauwejanen. En pas recent (ik ben nu 55) is e.e.a. pas goed tot mij doorgedrongen. Ik kan er niet onderuit dat ik de mensen ken zoals ik ze ken. En nog steeds als buitenstaander. Misschien hangt het samen met mijn omgeving (Utrechtse Vechtstreek - Breukelen), waar de kerkelijke zaken nu eenmaal niet zo scherp gespeeld worden als elders. Ook refo's reageren hier gematigd op dingen die landelijk heftig liggen.
Ik geloof graag dat dit mijn beeld kan vertekenen. maar ik heb nu eenmaal niet een zodanig beeld vanuit mijn levende ervaringen met paauwejanen dat dit een bij uitstek extreme sectarische groep zou zijn.
Als ik het tegenovergestelde zou neerschrijven zou ik heel wat lieve mensen onrecht aandoen.
Het ga je goed,
vr. groet,
Dies |
|
| Naar boven |
|
 |
annie
Geregistreerd op: 7-6-2005 Berichten: 4895 Woonplaats: Middelharnis
|
Geplaatst: Ma Okt 29, 2007 11:33 am Onderwerp: |
|
|
RD Geplaatst: 26-10-2007
De huilspiegel van Siebelink
Bevindelijk calvinisme neemt in perceptie van schrijver bizarre vormen aan
De bevindelijk gereformeerden mogen dan uiterlijk het zwartste calvinisme vertegenwoordigen, hun vroomheid behoort wezenlijk tot het witste calvinisme, stelt prof. dr. W. J. op ’t Hof. Zaterdag houdt hij in Amsterdam op de openingsmanifestatie van de Maand van de Spiritualiteit een lezing over de spiritualiteit in ”Knielen op een bed violen” van Jan Siebelink. Een samenvatting.
De spiritualiteit die Jan Siebelink in zijn boek ”Knielen op een bed violen” tekent, is extreem, absurd, bizar en ronduit afstotend. De vrome broeders dringen zich op, maken misbruik van de mentale zwakte van anderen, bewandelen heimelijke paden, vervormen het karakter van de man en vader Hans, brengen de echtelijke liefde om zeep, hebben een verwoestende uitwerking op de opvoeding, worden zo beheerst door hun zendingsijver dat zij ieder menselijk en pastoraal gevoel missen en hebben niet alleen een onappetijtelijk uiterlijk, maar ook nog een afstotelijke lichaamsgeur. De kleren die zij dragen, kennen geen kleur. Het is alles zwart.
Slechts een van de zwartjakken kan op enige sympathie van de auteur rekenen: Jozef Mieras. Nadat de vrome broeders Hans in zijn uiterste op hun wijze bijgestaan hebben -en dus geestelijk gebombardeerd-, trekken zij hun (zwarte) jas aan en vertrekken voorgoed. Aan heidenen hebben zij geen boodschap. Als enige komt dan Mieras terug en legt enige bewogenheid -ook met de weduwe- aan den dag: „Mevrouw, ik ben bedroefd. Uw man, Hans, was niet de eerste de beste.” Maar meer dan dit kan er ook niet af.
Een mengeling van teleurstelling en verbeten woede druipt van het boek af. Is dit nu spiritualiteit? Het is calvinisme in zijn meest zwarte vorm en inhoud.
En toch is er meer. De auteur kan zich kennelijk niet aan de indruk van de geestelijke belevingen van zijn vader onttrekken. De tragiek is echter dat hij ze zelf niet kent. Ten diepste hunkert hij ernaar, maar als een blinde naar kleuren. Een spiritualiteit die aantrekt, maar tegelijk onbereikbaar is en blijft.
Wie dit boek leest, ondergaat een emotionele ervaring. Je ziet de auteur in de door hemzelf vervaardigde huilspiegel blikken en je huilt met hem mee: ”…en had de liefde niet…”
Calvinistisch
Over wat voor soort spiritualiteit gaat het in ”Knielen op een bed violen?” Overduidelijk staat zij in de calvinistische traditie, waarin niet alleen de Bijbel als het onfeilbare Woord van God centraal staat, maar ook de onmisbaarheid van de toepassende bediening van de Heilige Geest geleerd wordt. De auteur verwoordt dit trefzeker met de eerste geestelijke vraag die hij Mieras aan Hans laat stellen: „Ken je Hem? Ik zal het anders formuleren, Hans: is Christus levend voor jou?” Je kunt de Bijbel kennen als geen ander, je kunt de dogmatiek in je hoofd hebben zitten, je kunt elke kerkdienst meemaken, maar daarmee hoef je God en Christus nog niet te kennen. Kennen en kennen is namelijk twee. Er is een kennis met het hoofd en er is een kennis met het hart.
Het is evenwel veel erger. Door de zonde is er niemand die van nature God echt kent. Er moet een wedergeboorte aan te pas komen wil een mens weer gaan doen wat hij in het Paradijs vóór de zondeval deed, namelijk God kennen op de wijze van de liefde.
De wedergeboorte is verbonden met Christus. Daarom de verduidelijkende vraag van Mieras: „Is Christus levend voor jou?” Pas als we door geloofsgemeenschap met Christus verbonden zijn, kunnen wij God kennen. Buiten Christus is God een verterend vuur en een eeuwige gloed bij Wie niemand wonen kan.
Het is een kenmerk van bevindelijk gereformeerden dat zij ervan uitgaan dat de meeste christenen een dode Christus hebben. Velen beelden zich slechts in Christus te kennen. In werkelijkheid zijn zij niet wedergeboren, verloochenen zij zichzelf niet en nemen zij geen afstand van de wereld. Zij zijn vleselijke en wereldse christenen, naamchristen, schijnchristenen. Zij hebben geen echte kennis en berouw van hun zonden.
Als Christus levend voor je is, mag je niet slechts weten met God verzoend te zijn, maar ook dat Hij je Vader geworden is en dat Hij als een Vader voor je zal zorgen. Je gaat dan leven uit Zijn hand, dat wil concreet zeggen dat je alle verzekeringen opzegt. Wie nog verzekerd is, twijfelt aan Gods zorg. Deze antiverzekeringsopstelling wordt uitsluitend in bevindelijk gereformeerde kringen gevonden, en dan nog wel beperkt tot ons land.
Antikerkelijk
Het is echter een fundamentele afwijking van de calvinistische bevinding als Siebelink het beeld schetst dat de ware vroomheid uitsluitend buiten de institutionele kerken gevonden kan worden. De Geest werkt in het boek alleen buiten de kerk. De gezinsgodsdienst is niet langer aanvulling op de gemeentelijke eredienst, maar alternatief. De toon is niet slechts onkerkelijk, maar fel antikerkelijk. In de gevestigde kerken heerst de dode letter, maar op de gezelschappen doet de Geest regens van zegen nederdalen. Vroeger was dat anders. In voorgaande eeuwen werd de bevindelijke waarheid nog in de vaderlandse kerk gevonden. Vandaar dat de vromen uit het boek zich laven aan de rijpe wijn van de oudvaders en dat zij colporteurs zijn van het overjarige geestelijke koren.
Welbeschouwd is de spiritualiteit van het boek een antikerkelijke en verwrongen loot aan de historische stam van het gereformeerd piëtisme. Deze stroming kwam al aan het eind van de zestiende eeuw op en bestreed dorre leerstelligheid, geestelijke oppervlakkigheid en scheiding tussen leer en leven door aan te dringen op een vroom leven. De beoogde vroomheid was alomvattend. Allereerst intern: er moest beleving van de beleden waarheid zijn. Maar ook extern: de levensuitingen moesten een getrouwe weerspiegeling zijn van de leer. Zo leidde het vierde gebod tot een stringente sabbatsheiliging, waarbij twee keer naar de kerk slechts een minimumeis was.
Historisch gezien was de opkomst van het gereformeerd piëtisme de voortzetting en de opleving van de middeleeuwse devotie en mystiek, onder het breukvlak Rome-Reformatie door. Dit vormt de verklaring van het op zichzelf bevreemdende gegeven dat het boek ”Over de navolging van Christus” van de middeleeuwse -en dus rooms-katholieke- moderne devoot Thomas a Kempis een centrale rol speelt in de spiritualiteit van het boek. In feite is de spiritualiteit van dit boek een minuscule en tevens bizarre uiting van de vroomheid van de katholieke christelijke kerk, dat wil zeggen van de christelijke kerk van alle tijden en alle plaatsen.
Subcultuur
Het gereformeerd piëtisme is tot en met het derde kwart van de zeventiende eeuw in alle lagen van de bevolking aangeslagen. Om een paar namen te noemen: de Friese stadhouder Willem Frederik, de bekende dichter en staatsman Jacob Cats, de nog bekendere zeeheld Michiel de Ruyter, maar ook een groot geleerde als de relatief onbekende natuurfilosoof Isaäk Beeckman.
Stond het piëtisme in zijn bloeitijd in de branding van het kerkelijke en culturele leven, gaandeweg heeft het aan belang ingeboet en is het in de loop van de achttiende eeuw van randverschijnsel uiteindelijk in de negentiende eeuw een subcultuur geworden. In deze ontwikkelingsgang verloor het ook gedeeltelijk zijn kerkelijke karakter. In de twintigste eeuw herwon het dit karakter, zij het dat de ene vaderlandse kerk toen plaats had gemaakt voor een repeterende verveelvoudiging van kerkverbanden van bevindelijk gereformeerde signatuur, ook al was een aanzienlijk segment bevindelijken de Hervormde Kerk trouw gebleven.
De kerkelijke verscheidenheid belette de bevindelijken niet zich in 1918 politiek te verenigen in de SGP. Met ingang van de jaren zestig van de vorige eeuw gingen zij op het ene na het andere maatschappelijke terrein actief met een eigen stichting participeren. De reformatorische scholen en het Reformatorisch Dagblad zijn de bekendste exponenten daarvan. Getalsmatig maken de bevindelijken nog steeds zo’n 1 à 1,5 procent van alle lagen van de Nederlandse bevolking uit.
Lichtzijde
Evenals ieder mens heeft elke beweging een schaduw- en een lichtzijde. De auteur tekent in zijn boek het bevindelijk calvinisme van zijn zwarte kant, ja van zijn allerzwartste kant. Deze spirituele stroming reflecteert in de huilspiegel van de allerindividueelste perceptie van de schrijver en neemt groteske en bizarre vormen aan.
De historische werkelijkheid is echter dat de lichtzijde de kern van het bevindelijk calvinisme uitmaakt. Het positieve overheerst. Anders zou het als historisch verschijnsel nooit zo’n lang leven kunnen hebben. Anders zou het nooit een vertakking kunnen zijn van het fenomeen van het bevindelijk christendom van alle tijden en alle plaatsen. Het is de atmosfeer waarin een mens God ontmoet, leert kennen en liefkrijgen. Het is de belevingswereld van Augustinus: „Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, o God.” De verzoening met God door het bloed van Christus mag gesmaakt en genoten worden. Door de werkingen van de Geest van Christus leer je jezelf verloochenen en God en de naaste bedoelen. In de weg van de navolging van Christus mogen de zin en de bestemming van het leven bereikt worden. De bevindelijk gereformeerden mogen dan uiterlijk het zwartste calvinisme vertegenwoordigen, hun vroomheid behoort wezenlijk tot het witste calvinisme.
De auteur is predikant van de hersteld hervormde gemeente te Urk en bijzonder hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd piëtisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam. |
|
| Naar boven |
|
 |
annie
Geregistreerd op: 7-6-2005 Berichten: 4895 Woonplaats: Middelharnis
|
Geplaatst: Za Feb 23, 2008 9:00 pm Onderwerp: |
|
|
ND Geplaatst op vrijdag 22 februari 2008
Knielen op een bed violen is een roman
door gert van de wege
Veel en uiteenlopende reacties heeft Knielen op een bed violen (2005) opgeroepen. Veertig drukken en 450.000 verkochte exemplaren, een bekroning met de AKO Literatuurprijs en overstelpend veel aandacht in de kranten en op de televisie en waar al niet – de roman heeft iets losgemaakt in Nederland, zo valt drie jaar na verschijnen te concluderen.
In orthodox-protestantse kring heeft men benadrukt dat Siebelinks beeld van het bevindelijke protestantisme karikaturaal en onjuist is, en men toog aan het corrigeren. De hoogleraar Jan Hoek in het Nederlands Dagblad en zijn collega W.J. op ’t Hof in het Reformatorisch Dagblad schreven respectievelijk over ,,quasibevindelijk koeterwaals’’ en ,,de huilspiegel van Siebelink’’. Een nicht van Siebelink bekende in het Nederlands Dagblad dat ze zijn boeken niet wilde lezen, ze vond het erg dat ,,normale oprechte christenen zo zwart gemaakt zijn’’.
Op een aan dominee J.P. Paauwe gewijde website wordt bij de levensbeschrijving van Paauwe onder het kopje ‘Enkele misverstanden en onjuistheden’ netjes op een rij gezet op welke punten de roman van Siebelink niet overeenkomt met de leer van deze predikant, die immers model heet te staan voor dominee Poort in Knielen op een bed violen (zie www.ds-paauwe.nl).
Hoe men dergelijke reacties ook waardeert, men kan moeilijk ontkennen dat ze juist zijn. Iedereen die iets weet van de bevindelijk-gereformeerde geloofsbeleving en van de ideeën van Paauwe, ziet dat Siebelink zijn lezers een ratjetoe van halfbegrepen termen en concepten voorschotelt. Ook volgens Fred van Lieburg, hoogleraar in de geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit, heeft Siebelink de klok van het piëtisme horen luiden zonder te weten waar de klepel hangt.
Nu zou men ter verdediging van Siebelink kunnen volstaan met een verwijzing naar het genre: sinds wanneer moet een schrijver zich in een roman aan de feiten houden? Wie zou het een auteur kwalijk nemen dat hij aandikt en afzwakt, schift en selecteert, bijkleurt en aanvult? Deze tegenwerping zou hout snijden als niet Siebelink zelf steeds weer had benadrukt, met een zekere graagte, dat zijn roman waarheidsgetrouw is – een pretentie die ook zou kunnen blijken uit de literatuurvermeldingen die achter in Knielen op een bed violen staan. Het is daarom goed dat een historicus met kennis van bevindelijke zaken zijn licht over de roman laat schijnen. Niet om Knielen op een bed violen definitief naar de oudpapierbak te verwijzen, maar om ten minste eens en voorgoed duidelijk te maken dat we met een roman te doen hebben.
De studie van Van Lieburg behelst veel meer dan een opsomming van corrigenda. Het is ook een religieuze geschiedenis van de familie Siebelink, en deze geschiedenis is beslist interessant. Van Lieburg weet de voorouders van Siebelink fraai te situeren in de Liemers, de streek tussen de Achterhoek en de Betuwe. Daar, aan de Bandijk te Lathum, kwamen de schippers en de schoolmeesters die grootvader Siebelinks innerlijk met hun ideeën beroerden. Daar werd dit doorsnee lidmaat van de Hervormde Gemeente van Lathum (waar de predikanten orthodox waren, maar niet geneigd tot afscheiden of doleren) tot een overtuigd thuislezer. Grootvader Siebelink krijgt contouren door Van Lieburgs levendige beschrijving van de religieuze en sociale context.
Op 1 juni 1929 stond een deurwaarder bij de voorzitter van de kerkenraad op de stoep, om hem ten eerste mee te delen dat zijn ‘requiranten’ (zijnde grootvader Siebelink en zijn vrouw) het lidmaatschap van de kerk opzegden en hem ten tweede aan te zeggen dat zij zich niet meer als lidmaten wensten beschouwd te zien. Aan duidelijkheid geen gebrek. Van Lieburg schrijft dat hij nog nooit zo’n merkwaardig document in handen heeft gehad als deze verklaring: wie zijn lidmaatschap opzegde, deed dat gewoonlijk door een briefje aan de kerkenraad te sturen. Niet door een kostbare mededeling via een deurwaarder.
Getroost
Grootvader Siebelink kerkte toen al bij dominee Paauwe, die buiten de Hervormde Kerk gezet was vanwege zijn verzet tegen de vrijzinnigheid. Zijn zoon Jan, ‘vader’ Siebelink, stak de IJssel over en begon een bloemkwekerij in Velp. Hij ging in het spoor van grootvader Siebelink en werd thuislezer. Van Lieburg typeert hem als een moderne devoot. Siebelink kon de werkzaamheden op de kwekerij afwisselen met stichtelijke lectuur of meditatie; zijn zakbijbel met beduimelde en vervuilde randen legt er getuigenis van af. Dankzij oral history (vader Siebelink overleed in 1971) kan Van Lieburg een tamelijk gedetailleerd portret van de kweker geven. Ook de toenmalige wijkpredikant, die de thuislezende Siebelink natuurlijk niet kende, weet zich hem nog te herinneren. Deze dominee Dijkstra zocht Siebelink op toen bekend werd dat hij ongeneeslijk ziek was. ,,Hij had meteen mijn sympathie gewonnen, deze kleine, vriendelijke mens, van wie ik iets voelde uitstralen dat ik moeilijk onder woorden kan brengen. Er lag iets om hem heen van wat zijn innerlijk leven was.
De lezer zal zich afvragen of het sterfbed van vader Siebelink was zoals het in de roman is beschreven. Duidelijk is in elk geval dat hij aan zijn ziekbed werd bezocht door Steven van den Brink, een man ,,die ieder geestelijk plantje dat tussen de bevindelijke dorens en distels dreigde op te bloeien, vroegtijdig vertrapte’’, aldus Van Lieburg. Deze Van den Brink, de leider van een Barneveldse gemeenschap van mensen in de marge van het kerkelijke protestantisme, drong de gezinsleden letterlijk en figuurlijk naar achter. Desondanks zou vader Siebelink getroost heengaan.
Rechtvaardiging
Dan volgt bij Van Lieburg een beschrijving van het geruisloze geloofsverlies van Jan Siebelink, de schrijver, en van de wording van Knielen op een bed violen. Het lijkt Van Lieburg moeite te kosten om te balanceren op de smalle streep tussen bewondering voor de roman(schrijver) enerzijds en de neiging van de historicus om ‘onjuistheden’ aan te wijzen anderzijds.
Helder en juist schetst Van Lieburg zowel de bevindelijke ideeën over de weg van het geloof als de positie van Paauwe, die van allerlei ingewikkelde onderscheidingen weinig moest hebben. Men was het of men was het niet – daar zat niets tussen. Ook een esoterisch concept als ‘de vierschaar der consciëntie’ brengt Van Lieburg voor het voetlicht, ten behoeve van het publiek van De Bezige Bij. Hij verzuimt slechts uit te leggen wat de dogmatische term ‘rechtvaardiging’ inhoudt.
Lezers van Knielen op een bed violen, zeker lezers die denken dat de roman een waarheidsgetrouw beeld geeft van het geloof van bepaalde Nederlandse protestanten, zouden naast de roman ook deze studie van Van Lieburg moeten lezen. Dan zou hun niet alleen blijken dat de roman níét waarheidsgetrouw is, ze zouden ook een leesbare, mooi in de context ingebedde familiegeschiedenis lezen. En: ze zouden Knielen op een bed violen kunnen herlezen als roman, over een sympathieke hoofdpersoon die in de greep komt van enkele lugubere piassen en daardoor in een isolement terechtkomt – niet als een tot in de details kloppende biografie van de vader van Jan Siebelink, hoe graag de schrijver het ons ook anders wil doen geloven. |
|
| Naar boven |
|
 |
Roel
Geregistreerd op: 21-11-2007 Berichten: 2964 Woonplaats: Sliedrecht
|
Geplaatst: Ma Feb 25, 2008 9:05 pm Onderwerp: |
|
|
Eens met de inhoud van het geciteerde stuk.
Ben alleen bang, dat veel lezers van het boek vooringenomen blijven en van de nuances niet willen weten. |
|
| Naar boven |
|
 |
Dodo

Geregistreerd op: 7-6-2005 Berichten: 3202
|
Geplaatst: Ma Feb 25, 2008 10:54 pm Onderwerp: |
|
|
| Ik vraag me wel eens af of wij op andere gebieden niet op dezelfde manier denken. Als ik een paar boeken van Chaim Potok heb gelezen, weet ik dan wat het chassidische geloof inhoudt, of is dat ook een vertekening of karikatuur? |
|
| Naar boven |
|
 |
Roel
Geregistreerd op: 21-11-2007 Berichten: 2964 Woonplaats: Sliedrecht
|
Geplaatst: Ma Feb 25, 2008 11:07 pm Onderwerp: |
|
|
| Quote: | | Ik vraag me wel eens af of wij op andere gebieden niet op dezelfde manier denken. Als ik een paar boeken van Chaim Potok heb gelezen, weet ik dan wat het chassidische geloof inhoudt, of is dat ook een vertekening of karikatuur? |
Inderdaad!
D.w.z.: We denken op andere gebieden vaak op dezelfde manier.
We zijn vooringenomen en gefocust op ons eigen gelijk.
We verabsoluteren onze eigen mening vaak met de juiste.
Met het horen (en dat is nog niet hetzelfde als: Luisteren!) naar preken vergaat het ons ook vaak zo.
We horen, wat we willen horen en niet wat we moeten horen.
Wijlen Ds Den Duin (toen in Oud-Alblas) zei eens tegen mijn vader:
"Gerrit, als ik zeg het staat in de Schoonhovense Krant, gelooft ieder gemeentelid mij direct.
Als ik zeg: Het staat in de Bijbel, is de reactie vaak:
Dat moeten we dan toch maar eens nakijken.".
Daarom pleit ik er voor, als je dat aankunt (wat niet altijd het geval behoeft te zijn) om ook van afwijkende standpunten kennis te nemen.
Op dit forum lees ik soms meningen, die mij de haren ten berge doen rijzen en waarbij ik direct de neiging heb om te schrijven:
Dit is niet waar.
Toch maar even dimmen en nadenken, dan.
En on topic:
Met boeken lezen is het niet anders.
Sommige schrijvers kunnen niet stuk, wat ze ook schrijven.
Het wordt kritiekloos geaccepteerd als de ultieme waarheid.
Dat is te veel eer, in veel gevallen. |
|
| Naar boven |
|
 |
Fermat
Geregistreerd op: 7-6-2005 Berichten: 1068 Woonplaats: Waar mijn bed staat.
|
Geplaatst: Ma Feb 25, 2008 11:52 pm Onderwerp: |
|
|
| Dodo schreef: | | Ik vraag me wel eens af of wij op andere gebieden niet op dezelfde manier denken. Als ik een paar boeken van Chaim Potok heb gelezen, weet ik dan wat het chassidische geloof inhoudt, of is dat ook een vertekening of karikatuur? | Je kan beter van een vergrootglas spreken. Een aantal zaken wordt vergroot weer gegeven, andere details uit de werkelijkheid vallen weg. Anderzijds is Jan Siebelink daar ook heel duidelijk over, het boek is 'van kaft tot kaft' een roman en geen geschiedkundig werk. |
|
| Naar boven |
|
 |
Jan Bras
Geregistreerd op: 14-3-2008 Berichten: 1760 Woonplaats: Barcarena, Belem, Brasil
|
Geplaatst: Di Mrt 17, 2009 8:30 pm Onderwerp: |
|
|
Al lezend en herlezend beide topics ben ik de roman opnieuw gaan lezen. Een aangrijpend boek over mensen die tot een bepaalde godsdienstige richting behoren. En weer kwam me de uitspraak in gedachten dat onzelieveheer vreemde kostgangers heeft.
Waar niemand in de topics over schrijft (of ik moet me vergissen en er over heen gelezen hebben) dat is mevrouw Vleer van de Laan van Meerdervoort, oftewel de hospita van de jonge Hans Sievez. Wat moet je van deze (dominante?) vrouw denken? Een rijke weduwe, kinderloos, had graag een zoon gehad willen hebben en die krijgt ze nu plotsklaps aangeboden en wil hem als zoon 'verwennen' of toch ook weer niet. Want al snel gaat het kostgeld omhoog! Zijn dure kleding moet betaald worden. Taartjes eten bij Krul. Zat ooit op de hoek van het Buitenhof en het Tournooiveld en daar kwamen de rijke dames, ongetrouwd of weduwe, voor een thee- of koffiecomplet en hoopten zo via een rendez vous een (rijke) man aan de haak te slaan (historisch!). Maar wellicht omdat mevrouw Vleer niet godsdienstig was en Hans hoe langer hoe meer onder de invloed van Jozef Mieras (de griezel) kwam gingen de beloofde 'legaten' niet door.
Ergens jammer, dat Siebelink niet meer schrijft over deze wat wonderlijke verhouding tussen hospita en kostganger.
Het deed me trouwens denken aan een andere verhouding tussen hospita en kostganger die fataal afliep (Achterberg). Maar dat speelde zich overigens in Utrecht af. |
|
| Naar boven |
|
 |
Jan Bras
Geregistreerd op: 14-3-2008 Berichten: 1760 Woonplaats: Barcarena, Belem, Brasil
|
Geplaatst: Wo Mrt 18, 2009 2:43 pm Onderwerp: |
|
|
Verschillende situaties, zoals in het boek beschreven, lijken mij voor 1940 te hebben plaatsgevonden.
Rond Loosduinen was nog een bloeiende druivencultuur, van plantenteelt is me niets bekend (wellicht zat er een enkele kweker). De Laan van Meerdervoort was al wat je noemt een deftige laan. Maar of er toen al kamers verhuurd werden, het was een laan waar de zgn. gegoede middenstand woonde, dokters, advocaten en predikanten. Het gedeelte waar Hans Sievez woonde, lijkt mij - wat in de volksmond genoemd werd de 'Laan van Mindersoort' (het gedeelte tussen de Valkenboslaan en Goudenregenstraat).
Ook zou Hans zondags kerken op het Lange Voorhout (Kloosterkerk). Daar preekte in die tijd wijlen Ds S. van Dorp, toentertijd een bekend predikant van de orthodoxe richting. Typisch, de Bethlehemkerk (met o.a. de in die tijd de bekende Ds A.K. Straatsma als voorganger was op 'loopafstand gelegen.
Het is wel opmerkelijk dat meerdere boeken van Siebelink zich in Den Haag afspelen. |
|
| Naar boven |
|
 |
|
|
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen Je mag geen reacties plaatsen Je mag je berichten niet bewerken Je mag je berichten niet verwijderen Ja mag niet stemmen in polls
|
Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
|